Glorieus Rees ontbijt: oud droog brood en restjes chocolade hagelslag (ingezonden verhaal)

17917753_10155167484157716_4915751074734497121_o

Ingezonden Race of the Classics verhaal

September. Het nieuw academisch jaar was net weer van start gegaan, met al haar problemen en onhandige situaties meegerekend. Na een periode van werk en rust in de avonden, was daar weer het eindeloze gehik tegen een opdracht die uit zichzelf vrij overbodig aanvoelt. Niet dat hij er een hekel aan had, maar vooral in het begin van een periode was daar toch het al overheersende besef dat het gedaan was met het luie leventje, en er weer enigszins gewerkt moest worden voor het papiertje. Wel zat er een voordeel aan deze nieuwe periode; dit was ook de periode waarin allerlei activiteiten de kop opsteken, dingen om vooruit te kijken gedurende de schoolperiodes.

 

“Heb je ‘m al gezien?” Zijn studiegenoot tikte hem aan toen ze gezamenlijk de collegezaal uitliepen. Enthousiast haalde hij zijn telefoon tevoorschijn, en opende de Facebook app. “Er staat nu toch een tof evenement online man, moet je kijken!” Snelle vingerdrukken op het scherm zorgden dat er al gauw een gigantische driemaster zichtbaar was. Trots op zijn vondst draaide hij zijn scherm naar zijn maat. “De Race of the Classics, ooit van gehoord? Schijnt dus een epische zeilrace te zijn, van Amsterdam naar Engeland en terug. Tussendoor feesten in havens, maar vooral het genieten van de wind door je haren en de gutsende golven on de boeg van een schip dat zo uit de Pirates of the Caribean getrokken lijkt te zijn!” Binnen luttele seconden had hij een aftermovie van 2017 te pakken. “Leip dit man, hier moeten we ons voor aanmelden!” Zo gezegd, zo gedaan. Enkele weken later stonden ze op een informatie borrel, waar in hun ogen hun activiteiten de eerste week van april al voor hen werden bepaald. Sowieso schreven ze zich in!

 

 

*Klats!* Het geluid van de boeg die zich met een bijna onvoorstelbare kracht op het waterdek ramde kwam vrijwel overeen met het gevoel dat het met zich meenam; iedereen aan boord hield zich krampachtig vast aan datgeen wat hen ook maar een klein beetje houvast kon bieden. “Overstag! NU!” De anders vrij rustig ogende kapitein stond met een rood opgewonden gezicht naast zijn kajuit. “We stevenen recht op dat windmolenpark af! OPLETTEN!” De bemanning schoot hem al gauw te hulp. “Iedereen op de posten!” Om hem heen bewogen een dertigtal studenten zich zo snel als de deining hen toe liet naar hun beoogde plek. Terwijl ze voorbij spurden, ontwaarde hij een aantal wangen die toch iets geler en groener getint waren dan normaal. Niet gek, het was al knap dat ze het volhielden. Achter op zat al een drietal reesgenoten met een emmer in de hand zich stevig te verbijten. De droge kaakjes konden niet snel genoeg aangeleverd worden! Nochtans hield hij zich sterk, tot nu toe dan. Een knoop of 11 met metershoge golven hadden hem er nog niet onder kunnen krijgen. Integendeel, het leek hem alleen maar meer energie te geven. Hij had niet durven dromen dat de adrenaline in dit soort situaties zou vloeien met de intensiteit die hij nu ervaarde.

 

Enkele uren later was de storm bedaard. Het zonnetje was inmiddels gaan schijnen, en de zee was niet herkenbaar glad geworden. “Bizar dat het zo snel om kan slaan he?” Zijn maat, die enige uren geleden nog geel en groen boven een emmer had gehangen, had nu een glimlach van oor tot oor op het gezicht staan. “Hahaha, ja, bizar. Dat jij er nog van kan genieten van vanochtend vind ik veel bizarder, eigenlijk!” Een spottende blik werd zijn richting op gegooid. “Doe nou maar niet zo jongen, ik heb jou ook gezien. Je kan je groothouden, maar ook jouw gelaat deed een mooie 50 shades of yellow hoor.”

Samen schoven ze aan bij hun kameraden. Een pak kaarten lag op tafel, samen met een zak chips en kroepoek. Er werd rustig gejokert. Naast hen was er een verwoed potje weerwolf bezig. “Ouweeee, nee, jij liegt! Jij bent sowieso die slet kaart toch? Niet? Liability dan, mannen?” Het verwoede hoofdgeschud verraadde dat de zogenaamde slet niet lang meer in het spel zou blijven. Een tafel verderop lagen een aantal dekzwabbers de wangen te kleuren. Toen hij er bij ging staan ging er een speels oogje open. “Ja, beter bruin dan geel of groen he” klonk het, enigszins spottend naar zijn kamergenoot.

Nog vier uur tot ze in Ipswich zouden aankomen. Het zou een rustige middag worden, dus hij ging er bij liggen, en sloot even tevreden zijn ogen.

 

 

Een gevoel van zweven

Aan de golven kleven,

Overleven en beven, verheven steven, overdreven genieten van het leven

Één ding dat mij dit gevoel geeft

 

Meeuwen die staren

Woelige baren

Jaren ervaren, gevaren klaren, golven staren, gevoel niet te evenaren

Één ding dat mij dit gevoel geeft

 

Zee doorklieven

Louter positieven

Ontbreken van gerieven maar wonderschone motieven waarbij wij ons boven de zeebodem verhieven

Één ding dat mij dit gevoel geeft

 

De Rees

De Rees die leeft

 

Hard geklop schudde hem uit zijn overpeinzingen. Hij verwijderde de pen van het papier, en keek verdwaasd naar achteren. “Binnen!” riep hij, niet geheel zonder twijfel. Was dit het einde van de rust?

 

“Hey lul, man! Hey! Wat doe je gast, hey, het is zo mooi buiten, ik loev het echt zo hard daar!”

“Ja, even rust man, we hebben al twee volle dagen op zee gezeten, waarna er praktisch alleen maar bier is gedronken. Kan ik niet even twee seconden mijn ogen sluiten?”

Zijn maat keek hem aan alsof hij water zag branden. Gedecideerd sloot hij zijn ogen, en deed een stap de slaapcabine in. “Goos, luister. Je zit maar een keer in het godganse jaar in Engeland, wat loop je nou te janken? Biertjes drinken en peukjes roken, dat moet er gebeuren, geen tranentrekkend gezeik op halfnat papier kalken in de hoop dat het ufje van één boot verderop je de paringsdans wilt laten oefenen!” Hij trok hem mee aan zijn arm, en duwde hem hardhandig de trap op. Eenmaal boven pakte hij een pollepel, en vulde deze met het aller zeelui maar al te bekende zwarte goedje genaamd Beerenburg. “Een voor jou, en een voor mij, zeg maar ááááh”.

Het zwarte goud gleed naar binnen als een oester op een glijbaan. Binnen luttele seconden was onze grote vriend er klaar voor. “Goos, ik voel dingen. Ik heb zin, maat ik heb zo’n zin!” “Kijk, daar doen we het voor!” Ze kruisten hun armen door elkaar en kwamen met veel moeite de kajuitdeur door, alwaar een alsmaar groeiend feestgedruis was ontstaan.

Het duurde nog geen twee seconden of hij had twee goudgele rakkers in zijn beide handen. Verderop waren alle stoelen vakkundig naar de zijkant van het dek geschoven. Om de tafel in het midden van het dek stond een groep van zo’n 10 mede-Reesers moeite te doen een klein pingpong balletje in een rood plastic cupje te stuiteren. Een meisje had er overduidelijk moeite mee. Het duurde dan ook niet lang voor de beker die voor haar stond over de tafel werd geketst door een iets te trotse medezeiler. “Leeg! Leeg! Leeg!” scandeerde de hele groep. Zonder aarzelen begon zij aan wat zij overduidelijk zag als een verwoede poging naar het wereldkampioenschap bier adten. Ze slaagde er nog verrassend goed in ook, constateerde hij.

Met twee pils in de hand kan men natuurlijk niet gezien worden. Snel sloeg hij er een achterover, geheel in de stijl van zijn voorganger. Hij schoof aan bij de tafel, en begon aan wat men vele nog herinneren als het meest gedenkwaardige potje slapcup in de geschiedenis van de Race of the Classics.

“Kannonnen, wat een koppijn” kreunde hij terwijl hij overeind kwam in het krappe bed. “Maar wat was het ‘t waard hé?” Hij keek langs zijn bed naar beneden en zag daar zijn maat geradbraakt liggen. Haren wild, een plastic bekertje met nog een klein restje water naast hem. “Ja, ik dacht, we moeten op de een of andere manier de kater zien te voorkomen.” “Mislukt zeker?” Een knik en een diep gekreun gaven hem gelijk.

Samen liepen ze met moeite de trap op, nadat ze zich in een oud kloffie hadden gehesen. Boven wachtte op hen een van de meest glorieuze ontbijtjes die ze zich maar konden wensen; oud droog bruin brood, en kleine restjes chocolade hagelslag. “Ja, had je maar wat minder moeten zuipen en op tijd op moeten staan.” Hun teamcaptain grijnsde van oor tot oor, genietende van de ellende van zijn teamgenoten. “Over 10 minuten vertrekken we, over een half uur zitten we op zee is de prognose. Eet je ontbijt en help de bemanning met de zeilen hijsen zodra je kan!”

 

Een half uur later voelde hij zich weer prima. Zeelucht bleek toch nog altijd het meest geschikte medicijn tegen een bonkend hoofd. “Trimmen over bakboord!” schelde het over het water. De kapitein zat genietend van een glaasje jus d’orange op een luie stoel naast het roer. De deining leek hem niks te deren. “En snel een beetje!” Snel haastte hij zich naar zijn post. De lijnen werden losgelaten, en zijn kameraden voor het bijstellen van het grootzeil stonden snel naast hem. Het schip voelde alsof het meters omhoog ging, om daarna weer met een gigantische snelheid op het waterdek neer te komen. Elke student hield zich stevig vast, alles om maar niet overboord te vallen.

Ze gooiden de lijn los en trokken en vieren waar nodig. Het opschieten leek een uur te duren, vooral omdat naast hem menig kameraad rustig stond te epibreren met een zwabber in de hand. “Ik zou wel weer een biertje lusten” klonk het voorzichtig uit de mond van zijn kamergenoot. Hij hield zich wijselijk stil en bewoog zich naar het punt waar het kluivernet was vastgemaakt aan de boeg van het schip. Een flinke klats water kwam over hem heen, en alles wat hij kon was glimlachen. Die kater was al lang verdwenen.

 

Er zijn nog geen reacties

Voeg jouw reactie toe